In mijn vrije tijd sta ik op het footballveld. Niet als speler, maar als official. Ik fluit inmiddels tien jaar American football. Vorige maand stond ik nog bij twee finales, als referee. Dat is de hoofdscheidsrechter, degene die de eindbeslissing neemt en de crew aanstuurt. Op een snap moet ik zien wat er gebeurt. In een fractie van een seconde beslis ik of er iets fout ging. En die beslissing neem ik meteen. Geen herhaling. Geen bedenktijd. Vlag of geen vlag.
Het klinkt ver van mijn werk als adviseur informatiebeveiliging. Maar hoe langer ik het doe, hoe meer ik dezelfde patronen zie. Beslissen onder druk met onvolledige informatie is precies wat security ook is. Hieronder vijf lessen van het veld die ik elke week meeneem naar mijn werk.
Les 1: het regelboek maakt de beslissing niet
Als official ken ik de regels. Elke regel, elke uitzondering. Maar het regelboek fluit de wedstrijd niet. Ik fluit de wedstrijd. De kunst zit niet in het kennen van de regel. Die zit in het toepassen ervan in een situatie die nooit precies zo in het boek staat.
In security is dat niet anders. Een norm als ISO 27001 vertelt je wat je moet regelen. Maar de norm neemt de beslissing niet. Die neem jij, in jouw organisatie, met jouw risico’s. Ik zie regelmatig mensen die de norm uit hun hoofd kennen en toch vastlopen. Ze zoeken het antwoord in het document. Terwijl het antwoord op het veld ligt, in de situatie zelf. Het framework is je regelboek. Niet je vervanger.
Les 2: je kunt niet alles fluiten
Holding is de beruchtste overtreding in football. Als ik het wil zien, zie ik het op bijna elke snap. Ergens duwt of trekt altijd wel iemand net iets te veel. Maar ik gooi niet op elke snap mijn vlag. Als ik dat deed, stond de wedstrijd stil en vertrouwde niemand me meer.
De kunst is onderscheid maken. Welke overtreding beïnvloedt de actie echt? Welke is ruis? Ik fluit wat het spel raakt en laat de rest gaan. Dat is geen slordigheid. Dat is oordeel.
Precies dat is een risicogebaseerde aanpak. Je kunt in elke organisatie eindeloos risico’s vinden als je wilt zoeken. Maar wie alles even zwaar behandelt, beheerst niets en verlamt de boel. De vraag is nooit of er een risico is. De vraag is of het de wedstrijd raakt. Je aandacht is schaars. Besteed hem aan wat telt.
Les 3: je werkt in een crew, niet alleen
Ik sta nooit alleen op het veld. In Nederland doen we een wedstrijd met vijf man: referee, umpire, line judge, down judge en back judge. Ieder van ons heeft een eigen positie en een eigen key. Ik kijk naar mijn spelers, mijn collega naar de zijne. Niemand kijkt naar alles, want dan kijkt niemand echt. Voor de snap stemmen we af. Na een lastige actie overleggen we kort. We vertrouwen erop dat ieder zijn deel dekt.
Ik heb in tien jaar elke positie gefloten. Daardoor weet ik wat mijn collega ziet en wat hij juist niet kan zien. Dat maakt me een betere teamgenoot, want ik ken de gaten die ik moet dekken. Een goede incidentlead heeft datzelfde. Wie elke rol een keer zelf heeft gedaan, stuurt een team beter aan dan wie alleen zijn eigen stukje kent.
Soms kijken we ook naar iets wat we niet horen te zien omdat het het terrein is van een collega en we dus ons eigen gebied niet meer in de gaten houden. Dan zien we een overtreding terwijl de collega niet zijn vlag gooit, of andersom. Terwijl we een eigen speler die een overtreding maakt over het hoofd zien.
Zo werkt incidentrespons ook. Als er iets misgaat in een organisatie, is de ergste situatie die waarin iedereen naar alles kijkt en niemand verantwoordelijk is. Een goed team heeft vaste rollen, een afgesproken manier van communiceren en het vertrouwen dat ieder zijn deel dekt. Dat organiseer je vooraf. Niet op het moment dat de bal al in de lucht hangt.
Les 4: de wedstrijd win je in de filmreview
Na de wedstrijd is het niet klaar. Dan komt de film. We kijken onze eigen beslissingen terug. Ook de foute. Vooral de foute. Niet om iemand af te branden, maar om de volgende keer scherper te staan. Een official die niet naar zijn eigen film durft te kijken, wordt nooit beter.
Dit is de evaluatie na een incident. De blameless postmortem, in security-termen. Waar het misging, ga je terug en kijk je waarom. Niet om een schuldige aan te wijzen, maar om het patroon te zien dat je de volgende keer eerder herkent. Organisaties die dat overslaan, maken elk jaar dezelfde fout. Organisaties die het serieus doen, worden aantoonbaar beter. Verbeteren is geen toeval. Het is een gewoonte die je inbouwt.
Les 5: consistentie bouwt vertrouwen
Het belangrijkste wat ik als official kan doen, is de hele wedstrijd hetzelfde fluiten. Als ik in het eerste quarter iets laat gaan en in het vierde quarter opeens streng word op hetzelfde, ben ik het vertrouwen kwijt. Spelers en coaches accepteren strenge beslissingen. Wat ze niet accepteren, is willekeur.
Vertrouwen in security werkt hetzelfde. Een organisatie leert je beleid kennen aan hoe je het toepast, niet aan wat er op papier staat. Als de regels voor de één wel gelden en voor de ander niet, is je beleid dood. Dan wordt security iets om omheen te werken in plaats van iets om op te bouwen. Voorspelbaar zijn is niet saai. Het is de basis onder alles.
Waarom ik het blijf doen
Ik fluit football omdat ik het mooi vind. Maar ik heb gaandeweg gemerkt dat het me scherp houdt op een manier die mijn werk raakt. Beslissen met wat je hebt, niet met wat je zou willen hebben. Je oordeel durven gebruiken in plaats van je te verschuilen achter de regel. Fouten onder ogen zien en er beter van worden.
Dat zijn geen footballvaardigheden en geen securityvaardigheden. Het zijn dezelfde vaardigheden, op twee verschillende velden. En elk weekend dat ik de vlag op zak steek, oefen ik ze opnieuw.
De foto bij dit artikel is voor de afwisseling eens een echte foto en niet AI-gegenereerd.
Ronald Everduim is zelfstandig ISO-consultant, CISO-adviseur en ITIL 4 Master. Hij heeft ruim twintig jaar ervaring in IT en IT-servicemanagement en is sinds 2015 gespecialiseerd in informatiebeveiliging. In zijn vrije tijd is hij al tien jaar official bij het American football, in alle posities tot en met referee.


